In "En toen wisten we alles" (2011) wijst filosoof Coen Simon erop dat fictie en feit beide terug gaan op het Latijnse 'fingere' wat staat voor 'een proces van maken of scheppen'. Als mens creëren we niet alleen verhalen of fictie, maar ook de 'harde' feiten waar we via de wetenschappen naar op zoek gaan. We scheppen de werkelijkheid om ons heen, verzorgen de regie, meten ons manieren aan van kijken, aanvoelen, bewijzen, spreken, ...

In deze blog laveren we tussen fictie en feit, gaan op zoek naar richtinggevende ideeën of opmerkelijke verhalen, volgen de sporen die wij, mensen, uitzetten in de werkelijkheid. We foerageren, sprokkelen, ... zoeken betekenis.

zaterdag 25 januari 2014

Fascinatie vanuit de coulissen

Hoe fascinatie tot de creatie van eigen, imaginaire werkelijkheden kan leiden, illustreert John Irving,  schrijver van onder andere "De wereld volgens Garp" (De Standaard, 24 januari 2014).

Als kleine jongen werd hij door zijn moeder meegenomen achter de coulissen van een amateurtheater. Zij was er souffleuse, en hij moest er zich zo lang maar bezig houden met boeken, papier en kleurpotloden. Maar hij was er voor alles gefascineerd door de andere rollen die de postbode, de kruidenier, de buurman, de onderwijzer, ... er vertolkten. Tijdens het gefascineerd toekijken is Irvings wens geboren om "iets groots, iets creatiefs" te doen: "Wat precies wist ik niet."

Maar ondertussen kunnen wij inderdaad volop genieten van de fascinerende werelden die Irving weet op te roepen, vol rijk geschakeerde personages... En ook daarvan gaan de sporen terug naar zijn aanwezigheid in de coulissen: "Om de tijd te doden maakte ik schetsen van de acteurs en schreef er afwijkende teksten bij." En omdat hij na alle repeteren, de stukken zo goed als van buiten kon, keek hij ongemerkt, "als een soort voyeur, (...) avond na avond naar de mensen in de zaal en noteerde wat ik van hun gezichten kon aflezen."

En net als die andere grote verhalenverteller Roald Dahl verschanst ook Irving zich voor het schrijven in een hut, "een schrijfhut op een eilandje, rudimentair. (...) Vooral in de winter werkt het isolement inspirerend. Alles is bevroren. "

woensdag 22 januari 2014

Een intens complot

"(...) alles is theater, proza op kop", zo benadrukte de schrijver Tom Lanoye bij het in ontvangst nemen van de Constantijn Huygensprijs voor zijn oeuvre (NRC-Handelsblad, 20 januari 2014), en bij theater draait alles om "dilemma's. Om onoplosbare levensvragen" of nog om: "Een perpetuum mobile genaamd 'het Menselijk Drama.' "

Bij proza heeft hij het verder nog over de magie van het boek en zijn eigen rol als "auteur van stemmen." Want zo geeft hij ons mee: "Ook ik hoor al die stemmen. Ik zoek ze op, ik heet ze welkom, ik laat ze gedijen in mijn hoofd, ik probeer hun sneren en lachsalvo's op te vangen en neer te tikken, in de hoop dat ze ooit vertolkers mogen vinden." Is het niet op de planken van het theater, dan is het in de hoofden van zijn lezers "die - hoewel zelf stilzwijgend - die vele stemmen weer tot leven brengen in hun eigen hoofd dankzij hun verbeelding."

Het gaat hierbij om "een intens complot tussen een schrijver en zijn lezer, dankzij de weldadige werking van hun gezamenlijke fantasie. (...) Het is gezamenlijk praten en fantaseren, zonder dat je elkaar hoeft te kennen of te zien."

Drama impliceert voor Lanoye ook zelfreflectie: het op zoek gaan naar antwoorden op het onoplosbare, maar ook het leren vertrouwen op de eigen verbeeldingskracht. Een auteur die op veelzijdige, meerstemmige wijze in dialoog wil gaan met zijn lezers...

zaterdag 18 januari 2014

Verhalen openvouwen

In De Morgen van 18 januari 2014 een interview met auteur en filmmaker Philippe Claudel, intimistisch, geschreven zoals één van zijn eigen boeken: "Geuren", een afdaling in het geheugen, in het eigen verleden, in 63 hoofdstukjes aan de hand van geuren.

Of er een rode draad zit in zijn werk?

"Ik denk het niet. Ik denk alleen dat ik met de verleiding werk en dat ik die terugvind in hotels, in landschappen, in kunstwerken, in landen. (...) Al mijn films zijn geboren vanuit muziek die me inspireerde. (...) Ooit wil ik er bijvoorbeeld nog een schrijven met 'Cut here', een song van The Cure. Een geweldig nummer, die ik duizenden keren beluisterde. De film erbij heb ik nog niet, maar wel al een scène: een soldaat die sterft in Afghanistan." 

Inderdaad, terugdenkend aan de film "Il y a longtems que je 't aime" valt op hoezeer het verhaal langzaam, zorgvuldig, wordt opengevouwen, en de maker je als kijker mee neemt in een emotionele carousel om je op het einde met je eigen 'weten' te confronteren. Het verhaal slorpt je op, trekt je mee, laat je ontredderd achter, ...

Mooi hoe deze Claudel verknocht is aan zijn afkomst, zijn geboortedorp, de tekenen des tijds die één na één verdwijnen, en toch ook aangeeft dat zijn boeken en scenario's tegenwoordig - noodgedwongen - in vliegtuinen, treinen en hotelkamers worden geschreven. Mijmerend ook over ontmoetingen die het leven rijker maken, maar tegelijk - en alweer zo goed als onvermijdelijk - het uit je leven verdwijnen van vrienden...

Stemmige stiltes

"Stilte is zowat het enige wat ik als schrijver nodig heb. In mijn hoofd is het vaak een kakofonie van belang omdat ik alle romanpersonages hoor praten en ik daaruit dialogen en zinnen probeer te distilleren." 

Aan het woord is Joost Zwagerman, schrijver en essayist, die in De Standaard van 17 januari 2014 ook getuigt over zijn fascinatie van voor beeldende kunstenaars: "Hun werk is veel directer en net dat vind ik verfrissend. Ik heb er zelf altijd van gedroomd om beeldend kunstenaar te worden, maar soms moet je weten waar je talent wel ligt en waar niet. En dus heb ik geprobeerd dat wat ik zelf niet kon bereiken zo dicht mogelijk te benaderen door op bezoek te gaan in ateliers, daar goed te kijken naar het wonderbaarlijke ontstaansproces van kunst en daarover te schrijven. Ik doe dat onbevangen en los van elk jargon, met de wapenrusting van een romanschrijver, die er altijd naar streeft om zijn verhaal zo meeslepend mogelijk te vertellen."

Het is een fascinatie en een betrachting die tot prachtige resultaten leidt, meeslepende panorama's opent, getuige de vele 'verhalen' in het recent verschenen dubbelboek: "Americana". 'Een schitterend gemis' dat resulteert in prachtige essays en inderdaad nieuwsgierig maakt, aanzet tot zoeken en verder lezen. De commentaren zijn niet altijd even mals voor Zwagermans, maar wat hij ons aanreikt leest vlot en doet je van het ene avontuur in het andere buitelen. Een niet geringe prestatie...

vrijdag 17 januari 2014

Een aanvoelen van vrijheid

In een column van aan paar jaar terug (Volkskrant, 7 april 2012), maakt Bas Haring een mooie vergelijking waaruit de relativiteit van ons weten en spreken naar voor komt.

Als een pen op tafel ligt, gaan we ervan uit dat ze elkaar 'raken', maar als je inzoomt en blijft inzoomen stel je vast dat op atomair niveau de tafel- en pen-atomen elkaar niet raken. Het woord raken is dus niet meer van toepassing eens je afdaalt tot het microniveau van de atomen.

De overstap makend naar hersencellen komt Haring net tot de omgekeerde vaststelling: deze cellen zitten met eenvoudige schakelingen aan elkaar vast zonder enige vorm van vrijheid. Wat zijn de implicaties van deze vaststelling voor ons als mens, als persoon? Ook hier moeten we beseffen dat het woord vrijheid andere ladingen dekt op micro- en macroniveau:

" 'Eigenlijk heb ik geen vrije wil, omdat de cellen in mijn hoofd niet vrij zijn' is net zo onwaar als de zin 'eigenlijk raken de pen en de tafel elkaar niet, omdat hun atomen elkaar niet raken'. "

Een mooie gedachte die uitspraken als 'we zijn wat we zijn, we zijn ons brein, ...' op losse schroeven zet, en ons alvast een aanvoelen van vrijheid verleent...

woensdag 15 januari 2014

Grenzen overschrijden

In het programma Boeken op reis praatte VPRO-journalist Wim Brandts op 11 september 2013 met de Israëlische schrijver David Grossman over diens roman "Uit de tijd vallen", maar ook over de betekenis van stappen als een manier om andere mensen te ontmoeten en de dood van zijn zoon te verwerken. Iedere dag stappen, liefst om zes uur 's ochtends, in de omgeving van Jeruzalem.

Maar het gesprek gaat ook over de innige verbondenheid van kunnen stappen en schrijven: "Als ik niet kan lopen, kan ik niet schrijven". Een lopen dat ook gewoon in rondjes kan zijn, zes uren lang in de eigen kamer, "als een gevangene" merkt Brandts op. "Neen", repliceert Grossman, want: "Schrijven maakt vrij, schrijven maakt alles mogelijk, laat alle grenzen overschrijden, laat toe te vliegen."

Toch moet het een bizar gebeuren zijn, zes uur rondjes draaien, daarbij een gangpad uitslepend in het tapijt, zo merkt zij vrouw af en toe lachtend tegen de wandelende man op. Het deed mij terugdenken aan een cartoon die ik lang geleden uitscheurde uit een weekblad: iemand loopt in een open landschap rondjes rond een enorme kuil, steeds hetzelfde getal herhalend: "21..., 21..., 21...". Een ander iemand komt dichterbij, benieuwd, vraagt de eerste persoon tijdens het voorbijlopen wat er aan de hand is. Geen antwoord, enkel het mantra dat onder het lopen wordt herhaald. Nog meer geïntrigeerd, nadert de vraagsteller dichter tot de rand van het gat, probeert naar beneden te kijken, ziet niet dat de loper weer dichterbij komt, hem een stomp geeft: "22..., 22..., 22..."

Is dat niet de tweespalt waarmee je als schrijver te maken hebt: jezelf en anderen willen bevrijden middels de kracht van de eigen woorden? Maar misschien trek je onbedoeld jouw lezers ook mee in werelden die hen kluisteren en in de greep houden?

Patrick Süskind, schrijver van "Parfum" verwerkte die tweespalt ook mooi in zijn prachtige boekje: "Het verhaal van meneer Sommer" (1991) waarin een jongen gefascineerd geraakt door een man die altijd maar rondjes blijft wandelen rond een vijver tot hij op zekere keer resoluut het water in stapt... De enkele, vluchtige ontmoetingen met deze zich altijd weer voort haastende man, zijn cruciaal voor de ontplooiing, het vleugels krijgen, van de zoekende jongeman.

Wij zijn onze breinonderzoekers

Een onthutsende bijdrage in de Nederlandstalige januari-editie van New Scientist over gekleurde hersenscans als fata morgana's en de vaststelling dat ons begrip betreffende ons brein langzaam in een mist van onzekerheid aan het verdwijnen is. De Amerikaanse epidemioloog John Ioannidis heeft het niet zo begrepen op het gebruik van fMRI-scans van de hersenen waaruit ineens allerlei aspecten van de menselijke persoonlijkheid worden verklaard. Het in kaart brengen van de bloedstromen in de hersenen leidt tot conclusies die ze vaak niet zijn, tot ruis of spook-correlaties.

Bovendien worden er vragen gesteld bij de vermeende vaststellingen van kortstondige hersenactiviteit als verklaring voor complexe mentale processen. Wat mij echter vooral doet schrikken in deze bijdrage is dat hersenwetenschappers 'hardleers' zijn. Wanneer meta-onderzoek uitwijst dat deze wetenschappers in het recente verleden te onzorgvuldig zijn omgesprongen bij het vastleggen van metingen en het interpreteren ervan, dan wordt er eigenlijk alleen maar meer 'bias' gecreëerd. Want hoe moet je deze uitspraak van de Amerikaanse neurowetenschapper Tal Yarkoni interpreteren:

"Spook-correlaties (...) komen tegenwoordig minder voor. En het idee dat je complexe persoonlijkheidskenmerken kunt koppelen aan specifieke gebieden als de amygdalae wordt in toenemende mate beschouwd als een hersenschim. Persoonlijkheidskenmerken worden tegenwoordig geassocieerd met tal van verschillende hersenregio's die een complexe onderlinge interactie vertonen."

Een rare wending die armslag geeft om het eigen gelijk alsnog te bewijzen?

Veel vertrouwen geeft het niet... Bovendien wees een recente studie van de universiteit van Michigan uit dat er bijna 7.000 manieren zijn om een fMRI-scan te analyseren: heel wat mogelijkheden dus om als hersenwetenschapper de eigen experimenten "onbewust - of met opzet - eenvoudig richting de meest profijtelijke resultaten te sturen."  Met een knipoog richting de Nederlandse hersenonderzoeker Dick Swaab: "Wij zijn onze hersenwetenschappers"...

maandag 13 januari 2014

Verhalen van alledaagse horror

In "Tien-en-een-nacht" neemt de Zwitsere verteller Charles Lewinsky ons mee naar een rauwe werkelijkheid waar het vertellen van verhalen een middel is om afstand te houden. Geïspireerd op de raamvertelling "Duizend-en-een-nacht" kunnen we ook hier mee luisteren naar een aantal verhalen die een oude prostituée vertelt aan de ene klant die haar blijft opzoeken en onderhouden. Hun relatie is even hoekig als de wijze waarop de verhalen naar voor komen...

Maar toch zijn juist vooral deze verhalen die intrigeren: kort, verrassend, tegendraads, ... Zeer alledaags aandoende verhalen waarin kleine elementen als puzzelstukjes zijn verschoven en het geheel een bizar gehalte verlenen. Verhalen vol subtiele horror die doen denken aan de bizarre tekeningen van een Roland Topor. Lees het verhaal over de jongen die geboren wordt met twee hoofden waarvan er één wordt afgesneden en in een glazen pot wordt gestopt die de ouders mee krijgen naar huis. Of het verhaal van de man die zich door een studente sprookjes wil laten vertellen zodat hij de werkelijkheid niet onder ogen hoeft te zien, ...

Verhalen die alle korte, vinnige wendingen bevatten die je als lezer uit je lood halen. Hetzelfde soort verhalen waarmee ook een Amélie Nothomb je weet te pakken. De aanstekelijke manier waarop zij bijvoorbeeld een eigentijdse versie van "Blauwbaard" middenin Parijs weet neer te zetten, vertoont veel gelijkenissen met de wijze waarop Lewinsky aan het vertellen gaat.

Kortom 10 en 1/2 verhalen om van te smullen... verhalen die soms ook doen denken aan Paul Auster die zich in een van zijn verhalen afvraagt wat er zou gebeuren als hij uit zijn eigen gewone, dagelijkse leven zou stappen, daartoe zijn intrek neemt aan de overkant van de straat om te observeren hoe zijn afwezigheid langzaam aan wordt 'opgevuld'.

zondag 12 januari 2014

Alle mogelijke kennis...

Op de recente Brusselse tentoonstelling “Birth Day” - naar aanleiding van het gelijknamige fotoboek van Lieve Blancquaert - graaide ik  volgende opmerkelijke uitspraak mee van Esther, een pas bevallen Joodse moeder uit Tiberias (Israël):

“Het kind in de buik is alwetend. Het weet waar het vandaan komt en waar het naartoe gaat, waarom het hier is en wat het zal worden, wie zijn ouders zijn en geweest zijn. Het bezit alle mogelijke kennis.
Op het moment van de geboorte krijgt het kind echter bezoek van een engel.
Die legt zijn wijsvinger op de lipjes van het kind. Op slag is het alles vergeten en moet het van nul af aan beginnen. Dit is de reden waarom we dat kleine geultje tussen onze neus en lippen hebben.”

Een uitspraak die mooie parallellen bevat met de Afrikaanse parabel over de mythische spin Anansi uit West-Afrikaanse volksverhalen die alle kennis van de wereld stal. Hoe ze dit presteerde, en hoe het afliep, kan je beluisteren in het radioboek "De kennis van Kwaku” van schrijver Arthur Japin

Het niet-weten als motor

De Japanse magisch-realistische schrijver Haruki Murakami wordt 65. Bekende titels zijn "Norwegian wood" (1987), "Kafka op het strand" (2002), "1q84" (2009), ... stevige romans die de lezer op sleeptouw nemen. In de boekenbijlagen van De Standaard en NRC-Handelsblad van 10 januari 2014, interviewt Auke Hulst de auteur op Hawaaï.

"Ik heb geen enkele bewegwijzering. Het is reizen zonder kaart", vernemen we: "Het enige wat ik nodig heb is zelfvertrouwen - het geloof dat ik ooit, op een dag, het verhaal waaraan ik begin ook daadwerkelijk zal kunnen beëindigen. Voordat ik die kracht in mezelf voel, begin ik niet eens."

Die reis is niet belangenloos: "Ik wil zélf veranderen tijdens het schrijven van een boek. Als de reis niets met me gedaan heeft, dan is de reis zinloos geweest. Mijn personages doorstaan de storm, maar ikzelf en de lezer ook." Niet de kleine finesses in de plot zelf zijn het allerbelangrijkst: "De verandering is waar het om draait. Als de verandering heeft plaatsgevonden is het verhaal voltooid."

Schrijven heeft ook te maken met het zich blootstellen aan het 'gif' in de geest want: "Zonder gif kan een verhaal niet boeien." Dat gif is "...iets wat onnatuurlijk en kwaadaardig is. Een gevoel... nauwelijks in woorden te vatten. Gelukkig (...) heb ik de kracht elk moment voor de gezonde kant (...) te kunnen kiezen." Wat mij betreft leunt Murakami hiermee niet alle sterk aan bij zijn lievelingsauteur Franz Kafka, maar ook bij Howard Philips Lovecraft, een quasi mytisch geworden auteur van horrorverhalen die zijn hoofdrolspelers steevast meesleept naar duistere plaatsen in de werkelijkheid en zichzelf die hen voor het leven tekenen, zo niet quasi vernietigen. Reizen zonder kompas of kaart, reizen die de betrokkenen niet onberoerd of onveranderd laten...


vrijdag 10 januari 2014

Zigzaggen zonder plan

Over "Het nut van nutteloosheid" ging het in een interview met filosoof en organisatiekundige René te Bos in De Volkskrant van 4 januari 2014. Hij heeft het over zijn zoontje die liever een kopstoot geeft dan gewoon met de voet te scoren, en daardoor de kansen van zijn ploeg verspeelt: "Doelpunten maken is maar een zinloze onderbreking van het spel".

Mooi is ook het fysieke resultaat van het eigen handelen: "Af en toe moet je faliekant kunnen mislukken. Dat geeft karakter, een inscriptie op het gelaat". Maar om tot goed samenspel of teamplay te komen is dat karakter er juist te veel aan, dus worden de spelers ontdaan van karakter. Of ook over de paradox van het neoliberale denken: het eeuwige pleidooi voor een kleinere, maar wantrouwende overheid, die sterk wil controleren in de vorm van cijfers, rapporten en prestatienormen.

De grondlegger voor het planmatige denken is Plato, die ons bijbracht te streven naar een hogere, ideale wereld met als gevolg dat we altijd weer zo snel mogelijk potentie willen omzetten in realiteit. De Chinese filosofie legt minder de nadruk op het persoonlijke handelen omdat het de werkelijkheid zelf als productief ziet. Het komt er dan ook op aan mee te gaan met de stroom, en die af en toe een zetje te geven. Je moet de potentie van een veranderende realiteit benutten.

En: "Met transparantie proberen we alles zichtbaar te maken, maar daarmee scheppen we slechts een illusie. Het proces dat achter de cijfers ligt, wordt vaak vergeten."

Nood aan 'conclusie'

In zijn essay "De wereld raast richtingloos verder" pleit de Duits-Koreaanse filosoof Byung-Chul Han voor het zoeken naar zinvolle samenhangen in de vorm van het narratieve, van verhalen met een begin en einde die zich onttrekken aan 'verhaasting'. Verhalen laten ook toe te 'concluderen', en scheppen aldus zin.

Een opmerkelijk essay dat ingaat tegen de moderne tijdservaring waarin conclusie ontbreekt. Mooi is ook de tegenstelling die hij maakt tussen denken en rekenen, vertellen en optellen, ... De computer zo stelt hij vast verhaast eindeloos omdat het digitale web niet tot dialoog leidt en aldus ook iedere conclusievorm ontbeert.

Mooie verwijzing naar Franz Kafka: "Mijn verhalen zijn een vorm van de ogen sluiten". En vult Han aan: "Het gesloten oog symboliseert een conclusie."

Te lezen in Filosofie Magazine, januari 2014.